Uw mandje :  leeg
 

    Uw mandje

  • De inhoud van uw mandje (0 elementen)
  • Uw bestelling beëindigen
  • Word lid van LOXAClub
  • Mijn mandje leegmaken
 

Algemene verhuurvoorwaarden
voor bedrijfsmaterieel zonder bediener

Artikel 1 : Algemeen

1.1

  • Als garantie voor de onderhavige overeenkomst moet de huurder aan de verhuurder het volgende voorleggen:
    • een identiteitsbewijs,
    • een attest van woonst (recente kwijting van de elektriciteit of gas, of recente telefoonrekening).

1.2

  • Voor bedrijven, ambachtsbedrijven, collectiviteiten in rekening, moet de ondertekenaar van een contract zijn identiteit rechtvaardigen. Een bestelbon bindt de huurder, ongeacht de drager of de ondertekenaar. De facturatie wordt steeds opgesteld op naam van de contracterende onderneming, in twee exemplaren.
  • Bij de aanvraag van het openen van een rekening voor een facturatie op het einde van de maand moet steeds een uittreksel uit de publicatie van het Belgisch staatsblad en een briefpapier met hoofding van het bedrijf bijgevoegd worden.

1.3

  • Elke houder van materieel die niet beschikt over een behoorlijk opgesteld verhuurcontract dat door de verhuurder ondertekend werd, kan vervolgd worden voor verduistering of diefstal van materieel.

ARTIKEL 2 : : PLAATS VAN GEBRUIK

2.1

  • Tijdens de duur van de huur moet aan de verhuurder of aan zijn personeel toegang verleend worden tot de werf. De verhuurder of zijn personeelsleden zullen zich bij de werfverantwoordelijke moeten aanmelden en zullen het intern reglement alsook de veiligheidsinstructies eigen aan de werf moeten respecteren. Ze blijven evenwel afhankelijk en vallen onder de verantwoordelijkheid van de huurder.

2.2

  • De verhuurder of een van zijn medewerkers zal, gedurende de duur van de huur, op opportune ogenblikken toegang worden verschaft tot de werf. De verhuurder of zijn medewerkers moeten zich dan melden bij de werfleider en zullen het interne reglement evenals de veiligheidsvoorschriften van de werf dienen te respecteren. Ze zullen echter onder de bevoegdheid en de verantwoordelijkheid van de verhuurder blijven.
  • Indien speciale toelatingen nodig zijn om toegang te verkrijgen tot de werf, is de verkrijging daarvan, ten gunste van de verhuurder of zijn personeelsleden, ten laste van de huurder.

ARTIKEL 3 : : BESCHIKBAARSTELLING

3.1

Voorwaarden

3.1.1

  • Alle materieel, inclusief toebehoren en al wat het normaal gebruik ervan toelaat, worden geacht conform de geldende reglementering te zijn en worden in goede staat van werking, gereinigd en gesmeerd en desgevallend gevuld met brandstof en voorzien van antivries aan de huurder afgeleverd. Ze worden indien nodig vergezeld van de technische documentatie die nodig is voor hun gebruik en hun onderhoud.
  • Het gelijkvormigheidscertificaat wordt ter beschikking gehouden van de huurder en kan hem op eenvoudig verzoek bezorgd worden.
  • Het materieel wordt geacht in regel te zijn met alle wettelijke of reglementaire voorschriften met name wat betreft de veiligheid en de hygiëne van de werknemers, de fiscaliteit en het wegverkeer, zonder evenwel daartoe beperkt te zijn.
  • De technische documentatie van het materieel wordt op eenvoudig verzoek ter beschikking van de huurder gesteld.
  • In afwezigheid van deze aanvraag erkent de huurder de regels betreffende het gebruik en het onderhoud van het gehuurd materieel te kennen.

3.1.2

  • Door het materieel in bezit te nemen, wordt de juridische bewaring van het materieel op de huurder overgedragen die daarvoor de volle verantwoordelijkheid draagt.
  • De ondertekening van het contract moet gebeuren vooraleer het materieel in bezit genomen wordt.
  • Indien dit niet mogelijk is, verbindt de huurder zich ertoe om het contract geadresseerd door de verhuurder, ondertekend terug te sturen per fax en per post.
  • De persoon die het materieel in het agentschap afhaalt of op de werf ontvangt in naam van de huurder is vermoedelijk bevoegd verklaard.

3.1.3

  • Desgevallend moeten op het moment van de beschikbaarstelling door de verhuurder de testcertificaten voorgelegd worden en/of de bezoekrapporten die het gebruik van het genoemd materieel toelaten niettegenstaande artikel 8.
  • Indien de verhuurder deze documenten niet kan voorleggen terwijl de reglementering dat vereist, heeft de huurder het recht de levering van het materieel of de afhaling ervan te weigeren. Deze weigering leidt tot de annulering van de huur.

3.2

Datum van de beschikbaarstelling

  • Het huurcontract kan, naar keuze van de partijen, een datum van levering of afhaling voorzien. De partij die belast is met het uitvoeren van de levering of de afhaling, moet de andere partij in een redelijke termijn op voorhand verwittigen van haar komst. Het niet naleven van de overeengekomen datum roept de contractuele verantwoordelijkheid in van de in gebreke blijvende partij.
  • De huurder moet de verhuurder schriftelijk informeren over de annulering van een reservatie van materieel en dit uiterlijk 24 uur voor de overeengekomen datum van de beschikbaarstelling.
  • Bij ontstentenis daarvan zal een dag huur aan de huurder gefactureerd worden.

3.3

Toestand op tegenspraak

  • Betreffende het geleverd of ter beschikking gesteld materieel moet een verhuurcontract opgesteld worden dat behoorlijk ondertekend wordt door beide partijen.
  • Op aanvraag van de ene of andere partij kan voorzien worden dat een toestand op tegenspraak opgesteld wordt bij het begin of bij de indienststelling. Als deze toestand op tegenspraak uitwijst dat het materieel zijn normale bestemming niet kan vervullen, zal het genoemd materieel als niet geleverd beschouwd worden.
  • Wanneer de huurder binnen twee uur na de aanvang van de verhuring geen bezwaren heeft geuit met betrekking tot het materieel, wordt het materieel geacht te zijn geleverd in conformiteit met de noden van de huurder én uitgerust te zijn met al het toebehoren dat noodzakelijk is voor de goede werking ervan.

ARTIKEL 4 : : DUUR VAN DE HUUR

4.1

  • De duur van de huur begint de dag waarop de totaliteit van het gehuurd materieel ter beschikking van de huurder gesteld wordt in de opslagplaats van de verhuurder of op elke andere plaats omschreven door bijzondere voorwaarden.
  • Deze datum wordt contractueel vermeld in het huurcontract.
  • Ze eindigt de dag waarop de totaliteit van het gehuurd materieel teruggegeven wordt in de omstandigheden zoals vastgelegd in artikel 12.2.

4.2

  • De voorziene duur van de huur, vanaf een begindatum, kan uitgedrukt worden in gelijk welke tijdseenheid. Elke wijziging van deze duur zal het voorwerp uitmaken van een nieuw akkoord tussen de partijen.

ARTIKEL 5 : : GEBRUIKSOMSTANDIGHEDEN

5.1

Aard van het gebruik

5.1.1

  • De huurder moet de verhuurder informeren over de gebruiksomstandigheden van het gehuurd materieel. Het zogenaamd "normaal" gebruik van het materieel komt overeen met het gebruik dat door de verhuurder aangeraden wordt bij de aanvraag van de huur door de huurder. Elk verschillend gebruik moet door de huurder gemeld worden. De huurder is verantwoordelijk voor alle schade die voortvloeit uit een gebruik dat niet conform zijn verklaring is.
  • De huurder is ook verantwoordelijk voor het gebruik van het materieel wat betreft:
    • de aard van de grond en de ondergrond,
    • de naleving van de regels die het publiek domein regelen,
    • rekening houden met het milieu.
  • Voorafgaand op het gebruik, moet de huurder alle maatregelen nemen om de veiligheid inzake installatie - en evolutiezone van het materieel, te verzekeren.
  • Hij moet namelijk:
    • de kanalisaties, kelders, elektrische installaties en lijnen enz., en, in het algemeen, alle elementen die een risico kunnen inhouden bij het gebruik van het materieel, laten verdwijnen of aangekondigd
    • de afgelegde weg van het materieel op de weg, heen en terug, vaststellen.

5.1.2

  • De huurder moet het materieel toevertrouwen aan een gekwalificeerde persoon die voorzien is van de eventueel nodige toelatingen, het zoals een goede huisvader beheren, het doorlopend in goede staat van werking houden en gebruiken met respect voor de reglementaire voorschriften inzake hygiëne en veiligheid.
  • De huur wordt besloten met de huurder in eigen persoon, derhalve is het deze laatste verboden het materieel onder te verhuren en/of het materieel zonder het akkoord van de verhuurder uit te lenen.
  • Bij werven die onderhevig zijn aan de SPS-coördinatie kan het veiligheidsplan evenwel voorzien dat het materieel door andere ondernemingen gebruikt zal worden. De verhuurder kan zich daar niet tegen verzetten. De huurder blijft evenwel gebonden aan de verplichtingen die uit het contract voortvloeien.

5.1.3

  • Elk gebruik dat niet past bij voorafgaande verklaring van de huurder bij de normale bestemming van het gehuurd materieel geeft de verhuurder het recht het huurcontract te ontbinden en de teruggave van het materieel te eisen overeenkomstig de bepalingen van artikel 16.

5.2

Duur van het gebruik

  • Het gehuurd materieel kan naar believen gebruikt worden tijdens de dagduur van de werf die, behoudens speciale preciseringen die in het huurcontract opgenomen worden, 8 uur bedraagt.
  • Elk gebruik buiten deze tijd verplicht de huurder de verhuurder hiervan op de hoogte te brengen en kan tot een huursupplement leiden.
  • Deze bepaling heeft geen betrekking op materieel zonder mechanisch gedeelte (bijvoorbeeld: mobiele constructies).
  • De verhuurder kan de naleving van de gebruiksduur door alle middelen naar zijn goeddunken controleren, mits respect van de bepalingen van artikel 2.2.
  • Buiten de acht uren van gebruik zal een degressief tarief per schijf van acht bijkomende uren toegepast worden.

ARTIKEL 6 : : TRANSPORTEN

6.1

  • Het transport van het gehuurd materieel, zowel heen als terug, gebeurt onder de verantwoordelijkheid van de partij die het transport uitvoert of die dit laat uitvoeren door een derde.

6.2

  • Indien de transporteur een derde is, is het de partij die het transport laat uitvoeren die het eventueel beroep uitoefent. Het is dus aan deze partij om na te gaan of alle risico's, zowel de schade veroorzaakt aan het materieel als deze door het materieel veroorzaakt, gedekt is door een voldoende verzekering van de transporteur en, indien dit niet het geval is, om alle nuttige maatregelen te nemen om het gehuurd materieel te verzekeren.

6.3

  • De kosten van het transport van het gehuurd materieel is heen en terug ten laste van de huurder, behoudens andersluidende clausule in de bijzondere voorwaarden.
  • Indien het transport door een derde gebeurt, is het aan diegene die de opdracht daartoe gegeven heeft, te bewijzen dat hij dat effectief geregeld heeft. In het ander geval zullen de rekeningen tussen de verhuurder en de huurder dienovereenkomstig aangepast worden.

6.4

  • De verantwoordelijkheid voor het laden en/of het lossen berust bij diegene die het uitvoert.
  • Diegene die aangesteld is voor het laden en/of het lossen moet, indien nodig, een vervoerstoelating hebben van zijn werkgever voor het gehuurd materieel.

6.5

  • Hoe dan ook, wanneer bij aankomst van het materieel een schadegeval vastgesteld wordt, moet de bestemmeling zo snel mogelijk het wettelijk voorbehoud formuleren en de andere partij daarvan op de hoogte brengen zodat de bewarende maatregelen zonder verwijl genomen kunnen worden en de aangiften van de schade aan de verzekeringsmaatschappijen kunnen gebeuren.

6.6

  • De plaats van levering en afhaling van het materieel is deze die vermeld is in het contract wanneer de verhuurder ermee belast is. Bij afwezigheid van de huurder of zijn vertegenwoordiger op de site, mag het materieel niet op de werf gelaten worden. Niettemin zijn de kosten voor het transport of de goederenbehandeling verschuldigd.

ARTIKEL 7 : : INSTALLATIE - MONTAGE EN DEMONTAGE

7.1

  • De installatie, de montage en de demontage (als deze operaties nodig blijken) worden onder de volledige verantwoordelijkheid van de huurder door zijn zorgen uitgevoerd.
  • De huurder kan aan de verhuurder vragen om zich in zijn plaats te stellen. Deze operaties worden dan volledig onder de verantwoordelijkheid van de verhuurder uitgevoerd. De uitvoeringsvoorwaarden (termijn, prijs, ...) worden op voorhand vastgelegd.
  • De tussenkomst van het personeel van de verhuurder blijft beperkt tot zijn bevoegdheid en kan in geen geval de vermindering van de verantwoordelijkheid van de huurder als gevolg hebben, met name inzake de veiligheid.
  • De aansluiting van het elektrisch materieel (elektrische stroomgroepen, compressors) en de aarding gebeuren door de klant en onder zijn verantwoordelijkheid, met naleving van de wettelijke reglementeringen of de reglementeringen die opgesteld worden door de fabrikant, ook indien de montage of de installatie toevertrouwd wordt aan de zorgen van de verhuurder.
  • De huurder moet voorzien in een aangepaste ondergrond, in het bijzonder wat betreft de waterafvoer.

7.2

  • De installatie, de montage en de demontage wijzigen de duur van de huur niet. Deze blijft zoals vastgelegd in artikel 4.

ARTIKEL 8 : : ONDERHOUD VAN HET MATERIEEL

8.1

  • De huurder zal onder zijn volledige verantwoordelijkheid dagelijks overgaan tot de nazichten en de aanvulling van alle niveaus (olie, water, andere vloeistoffen) en zal hiervoor gebruik maken van de ingredi‘nten die door de verhuurder geleverd of voorgeschreven worden om alle mengeling of risico van verwarring te vermijden. Hij zal de druk en de toestand van de banden controleren en zal indien nodig overgaan tot de herstelling. Hij zal, volgens de aanbevelingen van de verhuurder, laten overgaan tot de nodige handelingen voor het doorlopend onderhoud en de preventie, met name wat olieverversing en smering betreft, in de inrichtingen van de verhuurder of in de inrichtingen die door deze laatste aangeduid worden indien deze niet op de werf uitgevoerd kunnen worden. Indien het onderhoud ten laste van de huurder gelaten wordt, zullen de herstellingskosten als gevolg van een gebrekkig onderhoud door deze laatste gedragen moeten worden.

8.2

  • Het onderhoud van het materieel ten laste van de huurder omvat onder meer de smering en de vervanging van de lopende slijtdelen.
  • De herstellingen in geval van abnormale slijtage of defect van de stukken door een niet-conform gebruik, een schadegeval of een nalatigheid zijn ten laste van de huurder.
  • De huurder staat in voor het dagelijks wassen en reinigen na het gebruik, de controle van de filterkringen en het correct opladen van de batterijen.
  • Er zal een schadevergoeding van 30 € geïnd worden voor alle materieel dat vuil of in beschadigde toestand teruggegeven wordt.

8.3

  • De bevoorrading van brandstof, antivries en de correcte stroomvoorziening van de motor valt onder de verantwoordelijkheid van de huurder die de kosten zal dragen voor elke storing die te wijten is aan een slechte bevoorrading in dit verband.

8.4

  • De huurder zal voor de verhuurder voldoende tijd reserveren om deze toe te laten over te gaan tot het onderhoud van het materieel. Datum en duur van de interventie zullen in onderling overleg vastgelegd worden.

8.5

  • Behoudens tegengestelde bepalingen zal de tijd die nodig is voor het onderhoud van het materieel ten laste van de verhuurder integraal deel uitmaken van de duur van de huur zoals vastgelegd in artikel 4.

ARTIKEL 9 : : HERSTELLINGEN - ONDERHOUD

9.1

  • De huurder kan geen schadevergoeding eisen wegens de stillegging van het materieel of de gevolgen daarvan indien om gelijk welke reden herstellingen nodig zijn.

9.2

  • De ontbinding van de overeenkomst in geval van panne is onderhevig aan de teruggave van het materieel. De huurder is het huurgeld verschuldigd tot de datum waarop hij de stillegging van het materieel door de verhuurder heeft laten vaststellen.

9.3

  • Elke herstelling gebeurt op het initiatief van de verhuurder, of van de huurder met de toelating van de verhuurder. In geval van herstelling door de verhuurder, is het de huurder verboden het materieel te gebruiken voorafgaand aan de tussenkomst van de verhuurder.
  • Indien de herstelling evenwel nodig is als gevolg van de bewezen fout van de huurder, kan deze laatste geen enkel recht laten gelden en zal de huur al haar gevolgen blijven sorteren tot de herstelling van het materieel.

ARTIKEL 10 : : VERANTWOORDELIJKHEDEN - VERZEKERINGEN

De verhuurder verklaart de juridische en materi‘le bewaring van het gehuurd materieel aan de huurder over te dragen tijdens de duur van het contract en onder voorbehoud van de clausules betreffende het transport.

De verhuurder kan in geen geval verantwoordelijk gesteld worden ten opzichte van derden voor de materi‘le of immateri‘le gevolgen van een stillegging of een panne van het gehuurd materieel.

De huurder mag het gehuurd materieel niet gebruiken voor een ander doel dan hetgeen waarvoor het normaal bestemd is, noch het gebruiken in andere omstandigheden dan diegene waarvoor het verhuurd werd, noch de veiligheidsregels schenden die zowel door de wetgeving als door de fabrikant en/of de verhuurder vastgelegd werden, of noch het materieel gebruiken op werven onderworpen aan de verplichting van systematische decontaminatie van het materieel in kwestie.

De huurder kan niet aansprakelijk gesteld worden voor de gevolgschade van verborgen gebreken van het gehuurd materieel of de niet zichtbare slijtage waardoor het materieel niet geschikt is om gebruikt te worden voor het doel waarvoor het bestemd is.

Als het materieel voor de reparatie toevertrouwd wordt aan een derde op initiatief van de verhuurder, gebeurt dit onder de bewaring van deze derde en wordt de huurder vrijgesteld van de verantwoordelijkheid voor schade die door dit materieel of aan dit materieel veroorzaakt zou kunnen worden.

10.1

Tegenover derden (burgerlijke aansprakelijkheid)

10.1.1

  • Als het om motorvoertuigen gaat die onderhevig zijn aan een verplichte verzekering, aanvaardt de verhuurder die titularis van de polissen is, de gevolgen van het in het geding brengen van deze aansprakelijkheid.
  • De huurder verbindt zich ertoe de verhuurder binnen de 48 uur op de hoogte te brengen van elk schadegeval door het voertuig veroorzaakt, opdat deze laatste kan overgaan tot de gebruikelijke aangifte. Deze informatie moet met een per post aangetekend schrijven gebeuren.
  • De huurder blijft verantwoordelijk voor de gevolgen van een vertraging of een afwezigheid van aangifte.
  • De verplichting van de verhuurder om het motorvoertuig te verzekeren voor burgerlijke verantwoordelijkheid in het verkeer ontslaat de huurder niet van zijn plicht om een burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering voor het bedrijf of de exploitatie af te sluiten.

10.1.2

  • Wanneer het om ander materieel gaat dan degene vastgelegd in artikel 10.1.1, is het aan de huurder om zich bij zijn verzekeraar (burgerlijke aansprakelijkheid) te dekken voor de schade eventueel veroorzaakt door het gehuurd materieel.

10.2

Ten opzichte van het gehuurd materieel

  • De huurder is verantwoordelijk voor schade die tijdens de huurperiode aan het gehuurd materieel veroorzaakt wordt.
  • Deze schade kan op de volgende drie manieren gedekt worden:

10.2.1

De huurder heeft een verzekering ondertekend die het in huur genomen materieel dekt:

  • Deze verzekering kan specifiek zijn voor het betrokken goed, of jaarlijks om alle materieel te dekken dat de huurder in huur neemt. De huurder moet de verhuurder op de hoogte brengen van het bestaan van een dergelijke verzekeringsdekking. Uiterlijk op het moment dat het materieel ten laste genomen wordt, moet de huurder het verzekeringsattest versturen betreffende het aangegaan contract, met namelijk de verbintenis van de verzekeringsmaatschappij om de schadevergoeding uit te betalen aan de verhuurder, de referenties van het contract dat hij heeft ondertekend, en het bedrag van de waarborgen en vrijstellingen.

10.2.2

  • De huurder aanvaardt het afstand doen van beroep voorgesteld door de verhuurder.
  • De voorwaarden in verband met de begrenzing en de deelname staan vermeld in de bijzondere voorwaarden van het contract dat de prijs bepaalt voor deze afstand doen van beroep.

10.2.3

  • De huurder blijft zijn eigen verzekeraar onder voorbehoud van aanvaarding door de verhuurder.
  • Bij ontstentenis hiervan, verklaart de huurder de voorwaarden van de verhuurder te aanvaarden zoals voorzien in artikel 10.2.2 waarvan hij de prijs die vermeld staat in het huurcontract, ondersteunt.

10.2.4

  • Indien de huurder het materieel verzekert bij een verzekeringsmaatschappij of met zijn eigen middelen, wordt bepaald dat de schade ge‘valueerd zal worden op basis van de nieuwe cataloguswaarde van het materieel.
  • In geval van beschadiging van het materieel, doen de huurder en zijn verzekeraar afstand van elke vordering ten aanzien van de verhuurder en zijn verzekeraar.

10.3

AANGIFTE VAN SCHADEGEVALLEN

Bij een schadegeval of bij gelijk welke andere gebeurtenis, verbindt de huurder zich ertoe om:

10.3.1

  • Alle nuttige maatregelen te nemen om de belangen te beschermen van de verhuurder of van de Verzekeringsmaatschappijen van de verhuurder.

10.3.2

  • De verhuurder (het agentschap dat het contract opgesteld heeft) hiervan binnen 48 uur op de hoogte te brengen met een per post aangetekend schrijven.

10.3.3

  • Binnen de 48 uur bij de politiediensten in geval van een letselongeval, een diefstal of een beschadiging door vandalisme, een verklaring te laten opstellen met vermelding van de omstandigheden, de datum, het uur en de plaats, alsook de identificatie van het materieel.

10.3.4

  • Binnen de twee dagen aan de verhuurder alle ORGINELEN te bezorgen van de stukken die opgesteld werden.

10.3.5

  • Bij diefstal of verlies zal het huurcontract eindigen de dag van ontvangst van het PV van verlies of diefstal.
  • Het materieel zal door de huurder aan de verhuurder vergoed worden zonder uitstel op basis van de vervangingswaarde door een nieuw materieel op datum van de diefstal (cataloguswaarde), met vermindering van een percentage van verouderderingsgraad van 10% per jaar begrensd aan 50%. Voor het materieel jonger dan 1 jaar, zal de vermindering van verouderderingsgraad 0,83 % per maand anci‘nniteit bedragen.
  • In elk geval zal de huurder een forfaitaire schadevergoeding van 250 €, excl. belastingen, verschuldigd zijn aan de verhuurder.
  • De huurder kan eventueel achteraf terugvordering vragen bij zijn verzekeringsmaatschappij.

10.3.6

  • Ongeacht of de huurder al dan niet de waarborg voorzien in artikel 10.4 ondertekend heeft, zal vanaf de teruggave van het materieel een grondig onderzoek plaatsvinden.
  • Een lijst zal opgesteld en doorgestuurd worden naar de huurder. Deze laatste zal uitgenodigd worden om de schade op tegenspraak te komen evalueren. Bij gebrek aan een verklaring van de huurder en 48 uur na het verzenden van het overzicht, zal de verhuurder automatisch en van rechtswege het recht hebben om over te gaan tot de herstelling, de reiniging of de vervanging van het beschadigd materieel.
  • De huurder dient de opgestelde factuur onmiddellijk aan de verhuurder te betalen, alsook de prijs voor de huur tot het moment van de reparatie of de vervanging.

10.4

WAARBORG VOOR MACHINEBREUK - DIEFSTAL

Overeenkomstig artikel 10.2 biedt de verhuurder aan de huurder de mogelijkheid van afstand van vordering als volgt:

10.4.1

Omvang

Zijn gedekt, de schade toegebracht aan het materieel binnen het kader van het normaal gebruik:

Voorbeeld :

  • accidentele, plotse en onvoorzienbare breuk of vernieling,
  • breuken te wijten aan een val of een penetratie door vreemde voorwerpen, die niet onder BA Verkeer vallen,
  • overstromingen, stormweer en andere natuurfenomenen, met uitsluiting van aardbevingen en vulkaanuitbarstingen,
  • elektrische schade, kortsluitingen, overspanning,
  • brand, bliksem, explosies van gelijk welke aard.

Diefstal is gedekt als de huurder de elementaire beschermingsmaatregelen genomen heeft zoals: kettingen, antidiefstal, hangsloten, wielklemmen, gedemonteerde dissel. Buiten de uren van gebruik van het materieel is de waarborg verzekerd indien:

  • het materieel op slot is en gestationeerd is in een gesloten plaats,
  • de sleutels en de papieren niet bij het materieel gelaten worden,

Geografisch gebied: België

10.4.2

Uitsluitingen van de waarborg van artikel 10.4.1

Zijn uitgesloten van de waarborg bedoeld in het artikel 10.4.1:

  • de schade ten gevolge van een duidelijke of opzettelijke nalatigheid, van het niet naleven van de fabrikantaanbevelingen of schade veroorzaakt door niet gekwalificeerd of niet toegelaten personeel,
  • schade aan banden, demonteerbare delen, batterijen, ruiten, lichten, enz.,
  • diefstal als het materieel zonder bewaking of bescherming achtergelaten wordt,
  • het verlies van het materieel
  • schade ten gevolge van vandalisme zoals graffitis ... indien deze schade terugkomend is en derhalve niet kan worden geacht onzeker te zijn, zijnde geen toevallige, plotselinge en onvoorziene gebeurtenis is,
  • transportoperaties en operaties aan deze verbonden,
  • de gemaakte kosten om het beschadigd materieel weg te nemen (kraanwerk, oplading,...) zelfs indien deze handelingen worden uitgevoerd door de verhuurder op vraag van de huurder.
  • schade aan het materieel in het verkeer of vervoer als dit het rechtstreekse gevolg is door het niet respecteren van de hoogtes onder bruggen en/of het verkeersreglement.

In desgevallend geval worden de maatregelen van artikel 10.3 toegepast. Bovendien, behoudt de verhuurder zich het recht voor om een terugvordering in te stellen tegen de aansprakelijke derde of zijn verzekeraar.

10.4.3

Tarifering

  • Algemeen geval: de tarifering is bepaald tegen de koers van 8% van het basistarief van de huurprijs, per dag van beschikbaarstelling inclusief weekeind en feestdagen.
  • Bijzonder geval - materieel voor opheffen van personen, voertuigen en elektrische stroomgroepen: tarifering bepaald tegen de koers van 10% van het basistarief van de huurprijs, per dag van beschikbaarstelling inclusief weekeind en feestdagen.

10.4.4

Deelname ten laste blijvende van de huurder

  • Herstelbaar materieel: 15 % van de prijs van de herstelling met een minimum van 250 €, excl. BTW.
  • Materieel buiten werking of gestolen en verloren materieel: 15 % van de prijs van de vervanging door nieuw materieel (cataloguswaarde) met een minimum van 250 €, excl. BTW.

10.4.5

De maximale beperking van de waarborg: 152.000 € per schadegeval

10.5

SCHADEWAARBORG (kiepwagens, gondelwagens, vrachtwagens met gesloten laadbakken, andere) verplicht bij elke verhuring:

  • Draagwijdte:
    • materiële schade aan het voertuig;
    • diefstal van een afgesloten voertuig;
  • Tarifering: de waarborg wordt getarifeerd aan 10 % van het basistarief van de prijs voor de huur, per dag van de terbeschikkingstelling, met inbegrip van weekends en feestdagen;
  • Deelname: ten laste van de huurder voor elk schadegeval in ongelijk of gedeeltelijk ongelijk, of voor schadegevallen zonder geïdentificeerde derden:
    • 763,00 € exclusief taksen voor de voertuigen met een toegelaten totaal laadgewicht lager of gelijk aan 3,5 ton,
    • 1.525,00 € exclusief taksen voor de voertuigen met een toegelaten totaal laadgewicht hoger dan 3,5 ton.
  • Wat betreft de schade toegebracht aan het materieel tijdens het gebruik, wordt de deelname bepaald in het artikel 10-4-4. Bovendien, dekt de waarborg niet :
    • de schade aan het materieel in het verkeer of vervoer als dit het rechtstreekse gevolg is door het niet respecteren van de hoogtes onder bruggen en/of het verkeersreglement,
    • het verlies of de diefstal van persoonlijke zaken van de aangestelden door de huurder
  • De gevolgen van de niet-naleving van de voorschriften van de wegcode blijven ten laste van de huurder

10.6

GELDIGHEID

  • Opdat de huurder van de waarborg zoals bepaald in de artikels 10.4 en 10.5 zou kunnen genieten, dient hij al zijn contractuele verplichtingen te hebben nageleefd, en in het bijzonder zijn verplichtingen aangaande de verklaringen bedoeld in het artikel 10.3. Bij gebreke hiervan, behoudt de verhuurder zich het recht voor om de waarborg te weigeren dan wel de waarborg te be‘indigen tijdens de loop van de verhuurovereenkomst.

ARTIKEL 11: : CONTROLES EN BEZOEKEN

11.1

  • In alle gevallen waarbij voor het gehuurd materieel wettelijke controles vereist zijn, is de huurder gehouden het materieel ter beschikking van het controleorganisme te stellen.

11.2

  • De kosten voor de reglementaire cyclische bezoeken blijven ten laste van de verhuurder.

11.3

  • De tijd die nodig is voor de uitvoering van de proeven en/of de bezoeken maakt een integraal deel uit van de duur van de huur binnen de grenzen van een halve werkdag.

ARTIKEL 12 : : TERUGGAVE VAN HET MATERIEEL

12.1

  • Bij het verstrijken van het huurcontract dat eventueel in onderling overleg verlengd kan worden, is de huurder gehouden om het materieel in goede staat, rekening houdend met de normale slijtage inherent aan de duur van het gebruik, gereinigd en volgetankt terug te geven.
  • Bij ontstentenis hiervan zullen de prestaties om het materieel in goede staat te herstellen en voor de levering van de brandstof aan de huurder gefactureerd worden.

12.2

  • Het materieel wordt, behoudens andersluidend akkoord van de partijen, teruggegeven in het depot van de verhuurder tijdens de openingsuren van deze laatste.
  • Behoudens andersluidende overeenkomst zal het materieel teruggegeven worden, van maandag tot zaterdag, vóór 18 uur.

12.3

  • De verhuurder moet ingelicht worden over de beschikbaarheid van zijn machine door een brief, fax, e-mail of gelijk welk ander schriftelijk middel telkens als het contract voorziet dat de verhuurder het gehuurd materieel zelf moet terugnemen. Het materieel dient te worden geplaatst op een toegankelijke plaats.

12.4

  • Een schriftelijke bon voor de terugname van het materieel wordt opgesteld door de verhuurder. Hierbij wordt het volgende vermeld:
    • de dag en het uur van de teruggave,
    • het nodig geacht voorbehoud betreffende de bijzondere toestand van het teruggegeven materieel.
  • Deze schriftelijke bon maakt een einde aan de juridische bewaring van het materieel die bij de huurder berustte. Als het transport bij de teruggave van het materieel gebeurt onder de verantwoordelijkheid van de verhuurder (artikel 6), houdt de juridische bewaring op als de verhuurder bezit neemt van het materieel.

12.5

  • Indien het materieel teruggenomen wordt door de verhuurder, blijft de huurder gehouden tot alle verplichtingen die uit het contract voortvloeien tot de recuperatie van het materieel.
  • In dit geval moet de terugname van het materieel gepland worden in akkoord met de verhuurder en moet minstens 24 uur op voorhand schriftelijk bevestigd worden met vermelding van het uur en de plaats van de werf. Indien het verzoek tot terugname gedaan wordt op een vrijdag, blijven de bewaring van het materieel en de daaraan verbonden risico's bij de huurder tot aan de eerstvolgende maandag.
  • In geval van terugname van het materieel door de verhuurder, neemt de overdracht van de juridische bewaring een einde bij de overhandiging van de terugnamebon die door de verhuurder ondertekend werd.

12.6

  • In het geval dat niet alle materieel teruggegeven wordt en na een ingebrekestelling en een teruggaventermijn die vastgelegd wordt in de brief van de ingebrekestelling, zal deze niet teruggave beschouwd worden als een misbruik van vertrouwen, verduistering en zal dit aanleiding kunnen geven tot strafrechterlijke vervolgingen.
  • Bovendien zal het ontbrekende gefactureerd worden tegen de nieuwwaarde volgens het tarief dat van kracht is op de datum van de niet-teruggave.

ARTIKEL 13 : : PRIJS VAN DE HUUR

13.1

  • Losstaand van de gebruiksduur die vermeld wordt in artikel 5.2, wordt de prijs in het algemeen bepaald per tijdseenheid die voor elke huur vermeld wordt, waarbij elke begonnen tijdseenheid verschuldigd is, binnen de limiet van een dag.
  • De gebruikelijke weerhouden tijdseenheden zijn:
    • per dag, werkdag of kalenderdag,
    • per week,
    • per volledige maand.

13.2

  • Behoudens bijzondere bepalingen wordt de huur dag per dag verworven.
  • Het materieel wordt gehuurd voor een minimumduur van een dag. Voor bedrijven wordt de wekelijkse huurduur normaal berekend in werkdagen (van maandag tot vrijdag). De huurder moet de verhuurder op voorhand verwittigen voor een gebruik op zaterdag, zondag of een feestdag, behalve voor het materieel waarvan het tarief per kalenderdag aangeduid is.
  • Elke begonnen periode is verschuldigd. Voor alle materieel dat vóór 8 uur in de opslagplaats van de verhuurder teruggegeven wordt, eindigt het huurcontract de vooravond.

13.3

  • Er kan ook overeengekomen worden om de werkingskosten en de vaste kosten te factureren, maar dit moet vooraf gespecificeerd worden.

13.4

  • De kosten voor het laden, het transport, het lossen en de controle van het materieel, zowel heen als terug, alsook de eventuele kosten voor de montage en de demontage zijn ten laste van de huurder. Ze worden forfaitair ge‘valueerd per huurcontract of worden vergoed tegen hun re‘le kostprijs volgens de bewijsstukken die door de verhuurder voorgelegd moeten worden.
  • De huurder draagt het supplement voor het transport niet indien de verhuurder vraagt om het materieel naar een andere plaats te brengen dan waar het oorspronkelijk vandaan gehaald werd.

13.5

  • De eventuele beschikbaarstelling aan de huurder van technisch personeel (monteur bijvoorbeeld), al dan niet door de verhuurder tewerkgesteld, is ten laste van de huurder. De prijs wordt in een overeenkomst tussen de partijen vastgelegd, alsook het bedrag van de verplaatsingskosten.

13.6

  • In het geval dat de staat van het materieel een expertise noodzaakt, zullen de kosten hiervan definitief ten laste zijn van de partij waarvan de verantwoordelijkheid ingeroepen wordt, nadat ze voorgeschoten werden door de partij die de expertise aangevraagd heeft.

13.7

  • Bij een verlenging van de huur, op het einde van de aanvankelijk voorziene duur, kunnen de partijen opnieuw over de prijs van de huur onderhandelen.

13.8

  • De tarieven zijn jaarlijks zonder voorafgaand bericht herzienbaar.

13.9

VERKOOP VAN TOEBEHOREN EN LEVERINGEN

  • De leveringen en toebehoren die nodig zijn voor het gebruik van het gehuurd materieel kunnen door de verhuurder verkocht worden.
  • Deze artikelen zijn gewaarborgd tegen alle fabrieksfouten. De garantie houdt op als het materieel op een abnormale manier gebruikt of onderhouden wordt. Ze is beperkt tot de vervanging van de defecte stukken, met uitsluiting van alle schadevergoeding om gelijk welke reden.

ARTIKEL 14 : : BETALING

14.1

  • Als het contract niets anders bepaalt, gebeurt de betaling contant en netto.
  • Bij een gespreide betaling, brengt het niet betalen van één enkele schijf bij het verstrijken van een termijn van drie dagen te tellen vanaf de verzending van een per post aangetekend schrijven dat als ingebrekestelling dient, de onmiddellijke terugname van het gehuurd materieel teweeg, waarbij alle kosten voor de teruggave zoals vastgelegd in de vorige artikels ten laste van de huurder blijven.
  • Bij de afsluiting van het huurcontract zal aan de huurder een voorschot gevraagd worden dat berekend wordt op basis van de voorziene duur van de huur.
  • Bij het niet betalen van de huur op de vervaldag, of bij het niet aanvaarden of ontstentenis van betaling op de vervaldagen van de wissels die voor dit doel opgesteld werden, of de niet-teruggave van het materieel binnen de overeengekomen termijn, wordt de totaliteit van de sommen die door de huurder aan de verhuurder verschuldigd zijn, opeisbaar en zullen alle overeengekomen bijzondere voorwaarden van rechtswege geannuleerd worden, zelfs in geval van voortzetting van de activiteit.

14.2

  • De niet tijdig betaalde facturen zullen vermeerderd worden met verwijlinteresten die berekend worden tegen een maandelijkse rentevoet van 1%.
  • Bij wijze van boetebeding behoudt de verhuurder zich het recht voor om bij de verschuldigde som een vergoeding van 15% te tellen, met een minimum van 50 € voor de overhandiging van het dossier aan de dienst geschillen, zonder dat dit afbreuk doet aan alle eventuele andere juridische kosten.

ARTIKEL 15 : : CLAUSULES SLECHTE WEERSOMSTANDIGHEDEN

15.1

  • Bij de vaststelling van slechte weersomstandigheden die ertoe leiden dat het gehuurd materieel feitelijk niet gebruikt kan worden, zijn de verplichtingen van de verhuurder en de huurder in hun totaliteit uitvoerbaar tijdens een termijn die niet korter mag zijn dan 3 dagen huur.
  • Vanaf de 4de dag, en behoudens andersluidende overeenkomst, zal het materieel het voorwerp uitmaken van een huur tegen verminderd tarief overeenkomstig de last van de stillegging van het genoemd materieel. Dit percentage zal vastgelegd worden volgens de bijzondere bepalingen.
  • De huurder kan zich enkel beroepen op het voordeel van deze clausule indien hij elke dag met slechte weersomstandigheden vóór 10 uur met een fax meldt.
  • Er zal vanaf de 4de dag een prijsvermindering van 50% toegepast worden, behalve voor de werfketens, het materieel dat verhuurd wordt per maand, op lange termijn of met een contract van bepaalde duur.
  • Niettemin zal de huurder de juridische bewaring van het materieel behouden dat hij moet waarborgen overeenkomstig artikel 10.

ARTIKEL 16 : : WAARBORG

16.1

  • Als garantie van de door de huurder krachtens het contract aangegane verplichtingen, deponeert de huurder bij de afsluiting van het contract een waarborg in handen van de verhuurder, behoudens tegengestelde bepaling die in het tarief opgenomen is.

16.2

  • De terugbetaling van de storting zal slechts gebeuren nadat er vastgesteld werd dat de huurder al zijn verplichtingen tegenover de verhuurder effectief vervuld heeft.

ARTIKEL 17 : : OPZEGGING

17.1

Vanwege de verhuurder

17.1.1

  • Indien vastgesteld wordt dat de clausules voorzien in artikels 2, 5.1, en 14 van onderhavige voorwaarden niet nageleefd worden, wordt de huur naar goeddunken van de verhuurder ten nadele van de huurder ontbonden. Deze ontbinding zal zich voordoen na het verstrijken van een termijn van drie dagen te tellen vanaf de datum van de verzending van een per post aangetekend schrijven dat als ingebrekestelling dient.
  • In dit geval zal de huurder het materieel moeten laten terugbezorgen of het laten ophalen. De verplichtingen die voortvloeien uit artikel 13 blijven integraal van toepassing.

17.1.2

  • Indien het materieel niet voorgesteld of teruggegeven wordt aan het einde van of in de loop van het contract, kan de verhuurder zijn rechten langs juridische weg doen gelden.
  • In geval van een vervroegde ontbinding van het huurcontract krachtens dit artikel, kan de verhuurder de betaling eisen van een schadevergoeding die gelijk is aan de helft van de nog te lopen huur, met een maximum van twee maanden te tellen na teruggave van het materieel.

17.2

Vanwege de huurder

  • Als het huurcontract om gelijk welke reden ontbonden wordt, met uitzondering van artikel 9 van deze voorwaarden, aanvaardt de huurder de herziening van het aanvankelijk toegepast huurbarema op basis van de effectieve duur van de huur. Bij ontstentenis daarvan zal de verhuurder een schadevergoeding krijgen die gelijk is aan de helft van de nog niet verstreken huur met een maximum van twee maanden.
  • Betreffende het specifiek materieel zal de verschuldigde vergoeding vastgelegd kunnen worden in de bijzondere voorwaarden.
  • De ondeelbaarheid tussen alle contracten impliceert dat de ontbinding van één daarvan van rechtswege deze van de andere teweegbrengt, naar goeddunken van de verhuurder.

ARTIKEL 18 : : VRIJWARING VAN DE VERHUURDER

18.1

  • Als de huurder het gehuurd materieel binnenbrengt in een gebouw waarvan hij de huurder is, moet hij dit met een per post aangetekend schrijven aan de verhuurder van het gebouw laten weten met precisering van het materieel, de identiteit van de verhuurder-eigenaar en waarbij de aandacht gevestigd wordt op het feit dat het gehuurd materieel niet als onderpand mag dienen.
  • De huurder moet een kopie van dit schrijven aan de verhuurder bezorgen.

18.2

  • De huurder mag het gehuurd materieel niet overdragen, belenen, in pand geven, onderverhuren, uitlenen of er over gelijk welke manier over beschikken, zonder het voorafgaand schriftelijk akkoord van de verhuurder.

18.3

  • Als een derde probeert om rechten op het genoemd materieel te doen gelden, onder de vorm van een opeising, een verzet of een beslag, is de huurder verplicht de verhuurder hiervan zo snel mogelijk op de hoogte te brengen.

18.4

  • De eigendomsplaatjes die op het gehuurd materieel aangebracht zijn en de inschrijvingen die hierop aangebracht zijn, mogen door de huurder niet verwijderd of gewijzigd worden. Deze laatste mag geen enkele inschrijving of geen enkel merk op het materieel aanbrengen zonder toelating van de verhuurder.

ARTIKEL 19 : : EXPLOITATIEVERLIEZEN

Rechtstreekse en/of onrechtstreekse exploitatieverliezen om gelijk welke reden worden nooit ten laste genomen door de verhuurder.

ARTIKEL 20 : : ARBITRAGE

Als er zich in de loop van het contract of aan het einde van het contract een geschil voordoet tussen de verhuurder en zijn huurder met betrekking tot de uitvoering van deze huurvoorwaarden en/of het bijzonder contract dat ze afgesloten hebben, kan dit ter arbitrage voorgelegd worden aan een persoonlijkheid die alle bevoegdheden zal hebben om het geschil te beslechten en die in onderling overleg tussen de partijen aangesteld zal worden.

ARTIKEL 21 : : RECHTSBEVOEGDHEID

Alle geschillen zullen onder de bevoegdheid vallen van de Rechtbank van Koophandel van Brussel en het vredegerecht van het 2de kanton van Brussel.

 

op het tarief 2 tot 4 dagen
op de Kipwagens en
Aanhangwagens